Semper Phone

Effortless
LEARNING

  • Improve effortlessly – just by living your life
  • Learn while waiting for your apps to load
  • Recommended by 5 universities
  • Community of over 1,000,000 learners
  • 50,000+ expert-made packs, or create your own
"One of the best learning apps" - CNET
  • Apple Play Store
  • Install Semper from the Play Store
In de startblokken Kapitel 2

In de startblokken Kapitel 2

Last update 

Vokabelliste Kpaitel 2 vom Lehrbuch In de startblokken

Items (112)

  • zitten

    sitzen

  • de kantine

    kantine

  • deze

    dieser

  • de plaats

    Platz

  • vrij

    frei

  • ja hoor

    ja klar

  • zo

    so

  • lekker

    lecker

  • het kopje

    Tasse

  • de koffie

    Kaffee

  • al lang

    schon lange

  • nee

    nein

  • pas

    erst

  • of

    oder

  • vier

    vier

  • welke

    welcher

  • eigenlijk

    eigentlich

  • vandaag

    heute

  • donderdag

    Donnerstag

  • augustus

    August

  • morgen

    morgen

  • jarig zijn

    Geburtstag haben

  • wat leuk

    schön!

  • december

    Dezmber

  • dus

    also

  • de winter

    Winter

  • krijgen

    kriegen

  • nog

    noch

  • het bezoek

    Besuch

  • de broer

    bruder

  • jong

    jung

  • maar

    aber

  • wel

    wohl

  • lang

    groß

  • meer

    mehr

  • broers en zussen

    Geschwister

  • de zus

    Schwester

  • kijken

    schauen, sehen, gucken

  • de foto

    Foto

  • heel

    ganz

  • het type

    Typ

  • kort

    kurz

  • blond

    blond

  • het haar

    Haar

  • donker

    dunkel

  • de ouders

    Eltern

  • op bezoek komen

    zu Besuch kommen

  • op dit moment

    im Moment

  • Indonesië

    indonesien

  • doen

    tun, machen

  • daar

    dort

  • op vakantie

    im Urlaub

  • de vakantie

    urlaub

  • de vader

    vater

  • zijn

    seine

  • het werk

    Arbeit

  • het seizon

    jahreszeit

  • wanneer

    wann

  • de zomer

    Sommer

  • weten

    wissen

  • niet

    nicht

  • vertellen

    erzählen

  • eens

    mal

  • over

    von, über

  • de familie

    Familie

  • dat

    das

  • willen

    möchten, wollen

  • laat

    spät

  • het uur

    uhr

  • moeten

    müssen

  • weer

    wieder

  • naar

    zu, in

  • het gezin

    Familie (ELtern + Kinder)

  • de moeder

    Mutter

  • de zoon

    Sohn

  • de dochter

    Tochter

  • de familie

    Familie (Verwandschaft)

  • de oom

    Onkel

  • de tante

    tante

  • de neef

    Neffe/Cousin

  • de nicht

    Nichte/Cousine

  • mijn

    mein

  • jouw/je

    dein

  • uw

    Ihr

  • haar

    ihr

  • onze/ons

    unser

  • hun

    ihre

  • kwart

    viertel

  • een uur

    1 Stunde

  • een half uur

    halbe Stunde

  • een kwartier

    eine viertel Stunde

  • eergisteren

    Vorgestern

  • gisteren

    gestern

  • woensdag

    Mittwoch

  • morgen

    morgen

  • vrijdag

    Freitag

  • overmorgen

    übermorgen

  • zaterdag

    Samstag

  • zondag

    Sonntag

  • maandag

    montag

  • de lente/ het voorjaar

    Frühling, Frühjahr

  • de herfst, het najaar

    herbst

  • januari

    januar

  • februari

    februar

  • maart

    März

  • april

    april

  • mei

    Mai

  • juni

    Juni

  • juli

    Juli

  • september

    September

  • oktober

    Oktober

  • november

    november