Semper Phone

Effortless
LEARNING

  • Improve effortlessly – just by living your life
  • Learn while waiting for your apps to load
  • Recommended by 5 universities
  • Community of over 1,000,000 learners
  • 50,000+ expert-made packs, or create your own
"One of the best learning apps" - CNET
  • Apple Play Store
  • Install Semper from the Play Store
ONDE Woordenlijst hoofdstuk 1

ONDE Woordenlijst hoofdstuk 1

Last update 

vok

Items (50)

  • rennen

    hardlopen, liep hard, hardgelopen

  • ausüben, betreiben

    beoefenen, beoefende, beoefend

  • Erziehung

    de opvoeding, de opvoedingen

  • Zweck, Spiel, Tor

    het doel, de doelen

  • scheuchen, hetzen

    opjagen, jaagde op / joeg op, opgejaagd

  • Chronik

    de kroniek, de kronieken

  • eine Auswahl treffen

    keuze maken (een-)

  • Koordination

    de coördinatie, de coördinaties

  • Inkasso

    het incasso, de incasso´s

  • überqueren

    oversteken, stak over, (zijn) overgestoken

  • Torwart

    de keeper, de keepers

  • klettern

    klimmen, klom, geklommen

  • genau, präzise

    nauwkeurig

  • Atmosphäre

    de atmosfeer, de atmosferen

  • Verletzung

    de blessure, de blessuren, de blessures

  • Einzel(spiel)

    het enkelspel, de enkelspelen

  • Seite

    de kant, de kanten

  • ein Tor schießen/ erzielen

    doelpunt maken (een -)

  • weiterspielen

    doorspelen, speelde door, doorgespeeld

  • Gebrauchsgegenstand

    het gebruiksvoorwerp, de gebruiksvoorwerpen

  • brauchen

    hoeven, hoefde, gehoefd

  • benötigen, brauchen

    nodig hebben, nodig had, nodig gehad

  • Mitgleidsbeitrag, Beitrag

    de contributie, de contributies

  • Korb

    de mand, de manden

  • abwechselnd

    afwisselend

  • wachsen

    groeien, groeide, (zijn) gegroeid

  • Meister, Sieger

    de kampioen, de kampioenen

  • Fehler, Foul

    de fout, de fouten

  • Einzelsport

    de individuele sport

  • bar, gegen Bezahlung

    contant

  • athletisch

    atletisch

  • Doppel(spiel)

    het dubbelspel, de dubbelspelen

  • bar bezahlen

    contant betalen, betaalde, betaald

  • Merkmal

    het kenmerk, de kenmerken

  • Aufhebung, Auflösung

    de opheffing, de opheffingen

  • Verwaltungskosten

    de administeratiekosten (geen enkelvoud)

  • benutzen, brauchen

    gebruiken, gebruikte, gebruikt

  • Umkleideraum, Garderobe

    de kleedkamer, de kleedkamers

  • abspielen

    afspelen

  • besitzen

    bezit (in- hebben)

  • gemischt

    gemengd

  • Netz

    het net , de netten

  • Angriffsraum

    het aanvalsvakken

  • Rabatt, Ermäßigung

    de korting, de kortingen

  • werfen

    gooien, gooide, gegooid

  • fördern, voranbringen

    bevorderen, bevorderde, bevorderd

  • benachteiligt sein durch

    nadeel (-hebben van)

  • berühren

    aanraken, raakte aan, aangeraakt

  • gelten

    gelden, gold, gegolden

  • sowie, wie auch

    alsmede