Semper Phone

Effortless
LEARNING

  • Improve effortlessly – just by living your life
  • Learn while waiting for your apps to load
  • Recommended by 5 universities
  • Community of over 1,000,000 learners
  • 50,000+ expert-made packs, or create your own
"One of the best learning apps" - CNET
  • Apple Play Store
  • Install Semper from the Play Store
ONDE 6.2 Roept u maar ! / 7 Laat je nakijken !

ONDE 6.2 Roept u maar ! / 7 Laat je nakijken !

Last update 

vok

Items (50)

  • willkürlich, beliebig, zufällig

    willekeurig

  • obwohl, obschon, obgleich

    ofschoon

  • selbstsicher, mündig

    assertief

  • kaum

    nauwelijks

  • enthalten, beinhalten

    bevatten, bevatte, bevat

  • einfach so, unvermittelt

    zomaar

  • gerade, soeben

    net

  • quälen

    pijnigen, pijnigde, gepijnigd

  • schattig

    schaduwrijk

  • beeinflussen

    beïnvloeden, beïnvloedde, beïvloed

  • Unterschied zu

    het verschil met, de verschillen met

  • darüber hinaus, des Weiteren

    verder, voorts

  • flach, niedrig

    plat

  • Antwort, Reaktion

    de respons (geen meervoud)

  • Riegel, Tafel, Streifen

    de reep, de repen

  • stramm

    stoer

  • zum Vorschein kommen

    voorschijn (te - komen)

  • beherrschen

    beheersen, beheerste, beheerst

  • deftig

    stevig

  • beeinträchtigen, erschweren, behindern

    belemmeren, belemmerde, belemmerd

  • erwerben, anschaffen

    aanschaffen, schafte aan, aangeschaft

  • beteuern

    bezweren, bezwoer, bezworen

  • Näschen, Nase

    het neusje, de neusjes

  • glänzend, fulminant, großartig

    schitterend

  • mit anderen Worten

    woorden (met andere - )

  • ungeachtet

    ongeacht

  • schlau, intelligent

    slim

  • Gegner, Widersacher

    de tegenstander, de tegenstanders

  • Tisch

    de tafel, de tafels

  • klopfen

    tikken, tikte, getikt

  • zögern, zaudern

    aarzelen, aarzelde, geaarzeld

  • ungezogen, böse

    stout

  • Feind, Gegner

    de vijand, de vijanden

  • bzw. / beziehungsweise

    oftewel

  • Ungewohntheit, Unerfahrenheit

    de onwennigheid, de onwennigheden

  • bedeuten

    betekenen, betekende, betekend

  • ansprechen

    benaderen, benaderde, benaderd

  • ergeben, nachweisen

    aantonen, toonde aan, aangetoond

  • eng, knapp

    nauw, krap

  • eine Frage von

    kwestie (een - van)

  • herstellen, anfertigen

    aanmaken, maakte aan, aangemaakt

  • Nachahmung, Imitation

    de nabootsing, de nabootsingen

  • ziemlich

    nogal

  • schnarchen

    snurken, snurkte, gesnurkt

  • Gitterstab

    de spijl, de spijlen

  • weit entfernt

    ver verwijderd

  • meckern

    mekkeren, mekkerde, gemekkerd

  • Tastatur

    het toetsenbord, de toetsenborden

  • Nachspeise, Nachtisch

    het toetje, de toetjes

  • niedlich, süß

    schattig